Hoe moet je de Bijbel lezen?

De bijbel begint bij de schepping. Eerst wordt beschreven hoe God alles  heeft gemaakt: zeer goed. Maar zo is het niet gebleven: de eerste mensen hebben de relatie met God verstoord, omdat ze zelf gelijk aan God wilden zijn. Daardoor is de zonde in de wereld gekomen.

Later maakte God een nieuw begin met Abraham: Hij riep hem en sloot een verbond met hem. Uit hem kwam het volk Israël voort. Het eerste deel van de Bijbel – het Oude Testament – gaat over de geschiedenis van dit volk. Telkens verbrak het volk Israël de relatie met God. Maar God liet hen niet los. Hij strafte hen en stuurde verlossers. De definitieve verlossing was er echter niet. Die komt in het tweede deel van de Bijbel: het Nieuwe Testament. Dit gaat over Jezus, de werkelijke Verlosser, die verlost van de zonde. De evangeliën – Mattheüs, Markus, Lukas en Johannes – beschrijven Zijn leven, sterven aan het kruis, en opstanding uit de dood. In de brieven die daarna in de Bijbel staan wordt de betekenis hiervan duidelijk gemaakt: de dood van Jezus is het plaatsvervangend offer voor de zonde en Zijn opstanding een nieuw begin! Jezus is nu in de hemel. Het wordt werkelijk goed als Jezus daarvandaan terugkomt, om een nieuwe hemel en een nieuwe aarde te maken.

Als eerste kennismaking met de Bijbel kun je het beste beginnen met het lezen van de evangeliën.

Was deze informatie duidelijk?

<< Terug