Hemelvaart en Pinksteren

Met Pasen wordt herdacht dat Jezus uit het graf is opgestaan en de dood heeft overwonnen. Hoe weten we zo zeker dat Hij is opgestaan? Dat weten we uit de periode ná Zijn opstanding uit het graf en vóór Zijn hemelvaart. In die veertig dagen is Jezus aan heel veel van Zijn volgelingen verschenen. Hij heeft hen onderwijs gegeven èn daarbij het bewijs geleverd dat Hij echt is opgestaan uit de dood. Met dat onderwijs en dat bewijs – “Wij hebben Hem gezien!” – gaan zij met Pinksteren de wereld in.

Hemelvaart – Jezus gaat naar Huis

Waaraan denken wij op Hemelvaartsdag? Jezus was veertig dagen na Zijn opstanding uit de dood met Zijn discipelen op de Olijfberg bij Jeruzalem. Toen Jezus hen alles had verteld wat ze moesten weten, gaf Hij hen Zijn laatste opdracht mee. Voordat ze namelijk met de goede boodschap over Jezus de wereld in zouden trekken, moesten ze eerst in Jeruzalem wachten op de komst van de Heilige Geest (zie Pinksteren). Daarna zegende Jezus Zijn discipelen en werd Hij voor hun ogen losgemaakt van de aarde, waarna Hij opsteeg naar de hemel. Ze bleven Hem nakijken, totdat een wolk Hem aan hun ogen onttrok. Twee engelen kwamen bij hen en vertelden aan hen dat Jezus terug zal komen, zoals Hij nu naar de hemel is gegaan. Daarna vertrokken de discipelen naar Jeruzalem, zoals Jezus hen gezegd had. Jezus’ hemelvaart was een reis naar Zijn Huis. Het was een overwinningstocht: Jezus had de zonde en dood overwonnen aan het kruis! Jezus is nu bij de Vader om altijd voor Zijn gelovigen, die op aarde zijn, te bidden. Hij regeert daar over alle dingen en zorgt zo voor iedereen die in Hem gelooft. Zij, die in Jezus geloven, weten dat daarom niets hen zal scheiden van Zijn liefde. Ze leven met de wetenschap dat Hij eens zal terugkomen! Dat heeft Hij beloofd. Daarom waren de discipelen niet verdrietig om het vertrek van Jezus naar de hemel, maar blij. Ze gingen naar de tempel om God te loven en te danken!

Pinksteren – de wereld in

Tien dagen na Jezus’ hemelvaart was het Pinksteren in Jeruzalem. Het Joodse volk hield daar juist haar Wekenfeest. Dat was het feest van de eerste opbrengsten van de oogst. God werd daarvoor gedankt in de tempel te Jeruzalem. Vandaar dat er heel veel Joden (en aanhangers van de Joodse godsdienst) uit alle omliggende landen aanwezig waren in Jeruzalem. De discipelen wachtten in Jeruzalem op de komst van de Heilige Geest, de Trooster, die Jezus hen had beloofd. Plotseling ervoeren zij bijzondere tekenen van wind en vuur: de Heilige Geest van God vervulde hen! Ze werden aangevuurd om het Evangelie te vertellen aan de grote menigte in de stad. De mensen uit de verschillende landen hoorden het Evangelie in hun eigen taal en waren totaal verrast. Dit was een wonder! Wel drieduizend mannen werden die dag overtuigd van hun zonden. Ze hoorden de waarheid van de boodschap over Jezus’ sterven en opstanding! Zij konden niet anders dan geloven dat Jezus de Messias en Verlosser was. Al deze mensen werden vervolgens gedoopt in de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Ook zij werden nu getuigen van de Heilige Geest en namen het Evangelie mee naar hun eigen landen. Zo ontstond de christelijke kerk. De kerk, die wereldwijd zou uitgroeien tot een ontelbaar aantal gelovigen.

Ook vandaag werkt de Heilige Geest. Hij zorgt ervoor dat mensen tot geloof komen. Hij vernieuwt het leven van gelovigen, door in hun hart te wonen. Jezus heeft voor Zijn heengaan beloofd dat hij de gelovigen niet alleen zal laten. In de Bijbel lezen we wat Jezus daarover zegt:

“En zie, Ik ben met ulieden al de dagen tot de voleinding der wereld. Amen.”

Was deze informatie duidelijk?