Hoe kunnen uitgestorven dieren en planten verklaard worden?

Ik zou zo graag willen weten hoe u het feit verklaart dat bij opgravingen blijkt dat hoe dieper men graaft en resten van dieren en planten worden gevonden die hebben geleefd in een tijd dat de mens er nog niet was, en sinds lang zijn uitgestorven. M.a.w., waarom zijn er dieren zoals de Tyrannosaurus Rex of giganten zoals de Brachiosaurus geweest die onderdeel uitmaakten van een wereld die totaal verschilde van de onze. Bovendien blijken de aardlagen waarin deze dieren worden teruggevonden zeer oud te zijn. Het lijkt het verhaal in de Bijbel tegen te spreken. En wat met mensen uit de voorhistorie zoals de Heidelbergmens of de Neanderthaler die er toch behoorlijk anders hebben uitgezien dan wij. Vragen, vragen. Genoemde feiten gaan niet weg ook al wil je geloven in de waarheid van de Bijbel.

Antwoord:

Deze vraag gaat over de natuur en de geschiedenis van de aarde. Het valt op dat je zaken als feiten beschrijft die geen pure observaties zijn maar veronderstellingen bevatten.

  1. Je noemt dat “resten van dieren en planten worden gevonden die hebben geleefd in een tijd dat de mens er nog niet was”. Hoe constateer je dat deze dieren en planten leefden in een tijd dat de mens er nog niet was? Dat is een conclusie die sommigen (waaronder waarschijnlijk de meeste evolutiewetenschappers) trekken uit het feit dat deze dieren en planten in een andere laag in de aarde zijn aangetroffen dan mensen. Ze gaan dan uit van de veronderstelling dat een aardlaag een heel tijdperk (miljoenen jaren) gescheiden is van een andere aardlaag en dat dat over heel de aarde zo is. Maar anderen (scheppingswetenschappers) denken dat er tijdens de zondvloed en andere catastrofen deze aardlagen veel sneller zijn opgebouwd, dus dat deze dieren en planten wel degelijk met mensen samen hebben geleefd.
  2. Je noemt: “Bovendien blijken de aardlagen waarin deze dieren worden teruggevonden zeer oud te zijn.” Dat deze aardlagen zo oud zijn is onderdeel van de theorie van de evolutiewetenschappers. Scheppingswetenschappers betwijfelen dat. Om te meten hoe oud iets is, moet je ergens mee kunnen vergelijken. Scheppingswetenschappers hebben ander vergelijkingsmateriaal dan evolutiewetenschappers en kunnen de aardlagen dus ook veel jonger uitleggen. Ook bij een meetmethode als koolstof-14, die uitgaat van een bepaalde regelmaat die nu in de natuur te vinden is, zijn er vraagtekens te plaatsen omdat ook deze regelmaat niet altijd zo geweest hoeft te zijn en beïnvloedt wordt door andere factoren.
  3. Je noemt: “En wat met mensen uit de voorhistorie zoals de Heidelbergmens of de Neanderthaler die er toch behoorlijk anders hebben uitgezien dan wij.” Het is de vraag of deze mensen (of waren sommige van deze vondsten gewoon skeletten van apen?) in de voorhistorie hebben geleefd, of dat het gewoon iets anders uitziende mensen waren die gewoon leefden zoals wij.

Het is nogal verschillend hoe je kijkt. Kijk je naar de aardlagen als lagen van miljoenen jaren evolutie? Of zie je ze als herinnering aan het vreselijke oordeel van God door de zondvloed die heel de aarde heeft bedekt en nieuw heeft gemaakt? Vaak bepaalt wat je denkt ook wat je ziet en niet ziet.

Het Woord van God is veel zekerder dan de theorieën van wetenschappers. “Door het geloof verstaan wij, dat de wereld door het woord Gods is toebereid, alzo dat de dingen, die men ziet, niet geworden zijn uit dingen, die gezien worden.” (Hebreën 11) “En wij hebben het profetische woord, dat zeer vast is, en gij doet wel, dat gij daarop acht hebt, als op een licht, schijnende in een duistere plaats, totdat de dag aanlichte, en de Morgenster opga in uw harten.” (1 Petrus 2)

Was deze informatie duidelijk?

<< Terug