Geloof

Onder het thema God en jij staan woorden als geloof en geloven. Woorden die vaak gebruikt worden. Dat zul je zelf ook wel doen. Bijvoorbeeld als iemand vraagt: ‘Gaat het morgen regenen?’ Je antwoordt dan: ‘Ik geloof het wel.’ Je bedoelt: ‘Eigenlijk weet ik het niet en het maakt me ook niet zoveel uit.’
Geloof in de Bijbel betekent wat anders! Stel dat een goede vriend wordt beschuldigd van een misdaad en hij ontkent het. Jij kent je vriend, je weet dat hij niet liegt, je vertrouwt hem. Als mensen hem dan proberen te beschuldigen, kun je op een bepaald moment vol overtuiging uitroepen: ‘Maar ik geloof hem!’ Zo’n uitroep kan uit de grond van je hart komen en berust op een vaste overtuiging dat je vriend de waarheid spreekt.
Dit heeft veel meer te maken met het christelijk geloof! Geloven is de vaste overtuiging, dat wat God gezegd heeft waar is. De overtuiging dat alles wat in de Bijbel staat waar is. Het woord ‘geloven’ heeft alles te maken met het woord ‘vertrouwen’. Geloven is vertrouwen op het Woord van God en vertrouwen op Jezus. Zo sterk vertrouwen dat je jouw hele leven in Zijn handen legt.
In de Bijbel lees je dat God ons oproept: geloof in de Heere Jezus en je zult zalig – eeuwig gelukkig – worden (Handelingen 16:31). Een oproep die vraagt om een antwoord: geloof en terugkeer tot God, bekering.

Wij geloven

Onder de christenen is eeuwen geleden een samenvatting van wat wij geloven opgesteld.
Zij baseerden zich daarbij op de Bijbel.
Ook al is de taal gedateerd, de inhoud is nog heel actueel. Wij willen je dat graag meegeven.
En wil je dan vooral letten op het gebruik van het woordje ‘ik’. Zo persoonlijk is het! En let ook op Jezus: om Hem draait het in het christelijke geloof.

1. Ik geloof in God de Vader, de Almachtige, Schepper van de hemel en de aarde
2. En in Jezus Christus, Zijn eniggeboren Zoon, onze Heere;
3. Die ontvangen is van de Heilige Geest, geboren uit de maagd Maria;
4. Die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven, neergedaald in de hel,
5. op de derde dag weer opgestaan uit de dood;
6. opgevaren  naar de hemel, waar Hij zit aan de rechterhand van God, de almachtige Vader;
7. vanwaar Hij komen zal om te oordelen de levenden en de doden;
8. Ik geloof in de Heilige Geest.
9. Ik geloof een heilige, algemene Christelijke Kerk, de gemeenschap der heiligen;
10. vergeving van zonden;
11. wederopstanding van het lichaam
12. en een eeuwig leven.

Vernieuwing

Is dat nieuw voor je? Geloof verandert je leven en zorgt voor vernieuwing. Het dagelijks leven vanuit het geloof is een leerproces.

De inhoud van Gods ingrijpen in de wereld door het zenden van Zijn Zoon krijgt dan meer en meer betekenis in je eigen leven. Geloof komt dan tot aanbidden, tot schuld belijden, tot dankzeggen, tot navolging van Jezus. Met vallen en opstaan, helaas. Maar toch!

In het Nieuwe Testament lees je wat Jezus dan ook voor jou heeft gedaan, hoe het volgen van Jezus ook in jouw leven kan. Dat is de praktische kant van geloven. Het verandert je denken, het doel van je leven en je handelen. Dan ben je op weg naar het Leven.

Wel moeten we, als afscheid van deze aarde, sterven, maar daarna mogen we aankomen waar het Leven is. Zonder einde, zonder tegenstellingen. In het laatste Bijbelboek dat Openbaring heet, kun je het lezen: “Zie, Ik maak alle dingen nieuw” (Openbaring 21:1-5).

Volgende thema >>